Historie

Lichtenvoorde “Keistad”

Bij de “ligte voorde”bouwde Gieselbert van Bronckhorst, heer van Borculo, in 1277 de burcht “Lichtenvoorde”. Lichtenvoorde kwam in 1776 in bezit van prins Willem V, een nazaat van Prins Willem van Oranje. De band tussen Lichtenvoorde en de Oranjes bleef in de loop der eeuwen bestaan. Zo heeft Koning Willem-Alexander tot op de dag van vandaag o.a. de titel “Heer van Lichtenvoorde”. Lichtenvoorde staat in de regio te boek als Keistad. Deze naam dankt zij aan de ruim 20.000 kg zware zwerfkei die schoenmakers in het verleden van het Vragenderveld naar de Markt hebben getrokken. De Koningssteen is geplaatst ter ere van het zilveren koningsschap van Koning Willem III en is een monument dat symbool staat voor de volharding en het doorzettingsvermogen van de Lichtenvoordse bevolking, die sindsdien als “Keienslöppers”door het leven gaan.
Het centrum van Lichtenvoorde, met de Markt als rustpunt in het bruisende winkelcentrum, heeft het karakter van een horecaplein met cafés, restaurantjes en terrassen.

Lichtenvoorde heeft 5 kleine kernen, of kerkdorpen, te weten; Harreveld, Zieuwent, Lievelde, Mariënvelde en Vragender.

Harreveld is veel ouder dan lange tijd werd aangenomen. Bij de jongste opgraving op het terrein van de justitiële behandelingsinrichting het Anker – waar voorheen de havezathe Harreveld was gevestigd- werden in 1996 “nieuwe” sporen gevonden. Enkele vondsten stammen uit het Laat-Paleolithicum: door mensenhand bewerkte vuurstenen, voorwerpen van de Tjongercultuur van 13.800 tot 11.300 voor Christus. Omdat vuursteen van nature in Harreveld niet voorkomt, moet het door mensen zijn aangevoerd. Het huidige dorp vindt zijn oorsprong in het in 1410 gebouwde houten gebouw, dat naderhand fors is uitgebreid tot een havezathe met boerderijen eromheen. De oudst bekende naam van de havezathe is de “hoff toe Detharding”. Hoe die naam is ontstaan is niet bekend. Toen het hof in 1428 in handen kwam van de heren van Wisch, werd de havezathe verplaatst naar de plek die binnen de gracht ligt waar de justitiële inrichting ligt. Omstreeks die tijd veranderde ook de naam Detharding in huys of havezathe Harreveld en nam in belangrijkheid toe. Vanaf 1486 was Harreveld in bezit van de heren van Bergh. Aanvankelijk waren de Harrevelders, net als de Lichtenvoordenaren, voor hun kerkgang aangewezen op Groenlo.

Zieuwent wordt aangeduid als ’t Söwent, dus als ‘Het Zieuwent’. Zieuwent, in de middeleeuwen geschreven als ‘Synwede’ betekent oorspronkelijk ‘lage weide’ ofwel moerassig gebied. Dit laatste deel, Zieuwent onder Ruurlo, werd en wordt officieus nog steeds ook wel aangeduid als ’t Achter-Söwent, dus als “Het Achter-Zieuwent”. In het midden van de dertiende eeuw liet de graaf van Gelre vanaf het naburige Ruurlose Broek naar het riviertje de Berkel een afwateringskanaal graven, de Grevengracht. Daardoor zakte het waterpeil zodanig dat vestiging in het moerasgebied van Het Zieuwent mogelijk werd. Niettemin bleef het een gebied dat ’s winters erg drassig was of zelfs onder water stond. Hier en daar waren hoogten in het land, waarop bewoning mogelijk was zonder natte voeten te krijgen. Zieuwent kent het fenomeen van bijnamen. Dit zijn namen die gebruikt worden om naast de ‘zondagse naam’ om families aan te duiden. De mensen in het dorp zijn veelal onder hun bijnaam beter bekend dan onder hun officiële familienaam. Bijnamen hebben niets met scheldnamen van doen. De bijnamen komen in de regel voort uit oude boerderijnamen (plaatse) of uit vroegere beroepsnamen. Als vroeger een jonge man bij een familie introuwde, veranderde daardoor wel de familienaam maar niet de boerderijnaam. De bewoners bleven bij hun boerderijnaam genoemd worden. Ook zijn er bijnamen die op een vroeger beroep duiden, bijvoorbeeld Sniedas (snijder = kleermaker) of Wèvas ( = wever) In het dorp komen veel dezelfde familienamen voor. Familienamen als Wopereis, Krabbenborg, Spekschoor, Kolkman, Rondeel, Rouwhorst en andere zijn moeilijk te traceren zonder bijnaam. Zonder bijnaam heeft men vaak geen idee over wie je het hebt. In het dagelijkse leven wordt in de regel uitsluitend de bijnaam gebruikt en is men zich de familienaam niet of nauwelijks bewust.

Lievelde werd ook wel Linelo (1364) en Lieveld (1785) genoemd. Het gebied rondom Lievelde wordt reeds geruime tijd bewoond. Al in de 7e eeuw woonden er mensen in de omgeving van Lievelde. Dit blijkt uit de vondst van o.a. een grafheuvel op de Lievelder Es (een enigszins hoger gelegen gebied tussen Lievelde en Groenlo). Het gebied werd echter mogelijk nog veel eerder bewoond, aangezien in juli 2009 nederzettingssporen in de vorm van aardewerkscherven en een intacte pot werden gevonden, die waarschijnlijk stammen uit de late bronstijd (1100-800 v. Chr.) of de ijzertijd (800 v. Chr. tot begin jaartelling). Kerkelijk gezien heeft Lievelde tijdens de Middeleeuwen onderdeel uitgemaakt van het kerspel Groenlo. Toen in 1627, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, het door de Spanjaarden bezette Groenlo werd belegerd door het Staatse leger (Beleg van Grol), bevond het hoofdkwartier van prins Frederik Hendrik zich op de Lievelder Es (vlak bij het huidige openluchtmuseum Erve Kots). Het hoofdkwartier maakte onderdeel uit van een 16 kilometer lange insluitlinie om Groenlo, de Circumvallatielinie. De linie bestond onder andere uit schansen, redoutes en hoornwerken. Van de vier verdedigingsschansen uit die tijd bevinden zich er twee op Lievelds grondgebied: de Engelse Schans en de Franse Schans (in 2003 herontdekt op luchtfoto’s). Eerstgenoemde schans, die lange tijd onderdeel uitmaakte van een motorcross circuit, is in 2002 in oude staat hersteld. In 1878 werd een spoorlijn aangelegd van Zutphen naar Winterswijk. Op 24 juli van dat jaar werd het station in Lievelde aan deze lijn geopend. De komst van een spoorverbinding betekende een belangrijke impuls voor de ontwikkeling van het dorp.

Vragender is een kleine gemeenschap van ruim duizend inwoners verspreid wonend in de kern, Den Es genaamd, en in het agrarisch getinte buitengebied. Vragender is een dorp dat ruim 850 jaar geleden al in de oude stukken voorkomt onder de naam “Hof Vragener” en later voorkomend als “Vrageren”. Vragender is hoog boven de omgeving gelegen, van welke kant het dorp ook benaderd wordt, men zal moeten klimmen om het te bereiken. In de kom staan twee beeldbepalende gebouwen; de RK kerk toegewijd aan de Heilige Antonius van Padua en de korenmolen de Vier Winden. Daarnaast heeft het dorp een uniek natuurreservaat binnen haar grenzen, het Vroagender Vène, een uiterst zeldzaam hoogveengebied.

Mariënvelde word ook wel Achter-Zieuwent genoemd. De kerk in Mariënvelde werd in 1932 kerkelijk afgesplitst van de Sint-Werenfridusparochie van Zieuwent. Het werd een eigen parochie, de Onze Lieve Vrouw van Lourdesparochie. Sindsdien draagt het Achter-Zieuwent en het daarin gelegen dorpje de naam Mariënvelde. Na de gemeentelijke herindeling van 2005 werden Zieuwent en Mariënvelde voor het eerst in hun geschiedenis opgenomen binnen één bestuurlijke eenheid, de nieuwe gemeente Oost Gelre.